Lijfrente.nl ☰ Menu


Het onderdeel "Pensioen aankopen" bevat de volgende onderwerpen:




Pensioen aankopen

Dit onderdeel gaat over het aankopen van een pensioen met pensioenkapitaal dat is opgebouwd via een premieovereenkomst of een kapitaalovereenkomst bij een werkgever. Werknemers die via hun werkgever een pensioen opbouwen via een premieovereenkomst of kapitaalovereenkomst moeten op de pensioendatum een levenslang pensioen aankopen met het opgebouwde pensioenkapitaal. Een pensioen op basis van een premieovereenkomst of een kapitaalovereenkomst biedt tijdens de opbouwfase geen enkele garantie over de hoogte van de pensioenuitkeringen. Een levenslange pensioenuitkering is feitelijk (maar niet formeel) een levenslange lijfrente waarbij het pensioenkapitaal afkomstig is van een via de werkgever opgebouwd pensioen. Werknemers met een premieovereenkomst of kapitaalovereenkomst zijn op de pensioendatum volledig vrij om te kiezen tussen een vast pensioen of een variabel pensioen. Bij een vast pensioen zijn de pensioenuitkeringen gegarandeerd en de hoogte van de pensioenuitkering is sterk afhankelijk van de rentestand op de pensioendatum. Bij een variabel pensioen zijn de pensioenuitkeringen niet gegarandeerd en de hoogte van de pensioenuitkering is sterk afhankelijk van het beleggingsrendement na de pensioendatum.

Een uitkeringsovereenkomst is een pensioen op basis van een eindloon- of middelloonregeling. De hoogte van de pensioenuitkering wordt in de opbouwfase vastgesteld op basis van een eindloon- of middelloonregeling. De meerderheid van de pensioenregelingen zijn uitkeringsovereenkomsten maar het aantal premieovereenkomsten is de laatste jaren sterk toegenomen. Pensioenuitvoerders zijn wettelijk verplicht om periodiek een Uniform Pensioenoverzicht (UPO) te verstrekken aan hun deelnemers. Op het Uniform Pensioenoverzicht moet de soort pensioenovereenkomst worden weergegeven (bijvoorbeeld premieovereenkomst of uitkeringsovereenkomst).

Pensioengerechtigden met een premieovereenkomst of kapitaalovereenkomst bij een levensverzekeringmaatschappij of premiepensioeninstelling (PPI) hebben een wettelijk recht om te "shoppen" met hun pensioen. Zij hebben het recht om op de pensioendatum een vast pensioen of een variabel pensioen aan te kopen bij een pensioenuitvoerder naar keuze. De pensioenuitvoerder is wettelijk verplicht om medewerking te verlenen aan de overdracht van het pensioenkapitaal naar een andere pensioenuitvoerder. De keuze voor een pensioenuitkering bij een andere pensioenuitvoerder kan het gevolg zijn van een hoger uitkeringsbedrag voor een vast pensioen of de voorkeur voor een variabel pensioen bij een andere pensioenuitvoerder.

Pensioengerechtigden met een premieovereenkomst of kapitaalovereenkomst bij een pensioenfonds (bedrijfstakpensioenfonds, ondernemingspensioenfonds of algemeen pensioenfonds) hebben vanaf 1 september 2016 een beperkt wettelijk recht om te "shoppen" met hun pensioen. Zij hebben alleen het recht om op de pensioendatum een vast pensioen of variabel pensioen aan te kopen bij een pensioenuitvoerder naar keuze als het eigen pensioenfonds het gewenste pensioen (vast of variabel) niet kan aanbieden. De pensioenuitvoerder is wettelijk verplicht om medewerking te verlenen aan de overdracht van het pensioenkapitaal naar een andere pensioenuitvoerder.

Er geldt een redelijke termijn voor het aankopen van een pensioenuitkering met het pensioenkapitaal dat is opgebouwd via een premieovereenkomst of een kapitaalovereenkomst. De redelijke termijn is bedoeld als oriëntatiefase om offertes van diverse pensioenuitvoerders te kunnen vergelijken en bedraagt 6 maanden voor het aankopen van een ouderdomspensioen door een pensioengerechtigde en 12 maanden voor het aankopen van een partnerpensioen of wezenpensioen door een nabestaande. De contractuele einddatum van een pensioen in de opbouwfase mag de fiscaal toegestane uiterste ingangsdatum van de pensioenuitkeringen niet overschrijden, maar op grond van de redelijke termijn krijgt een pensioengerechtigde extra tijd voor het aankopen van een pensioenuitkering. Als de redelijke termijn wordt overschreden wordt de waarde van het pensioen progressief belast tegen maximaal 52% inkomstenbelasting en maximaal 20% revisierente waardoor de totale belastingheffing kan oplopen tot 72%. Het overschrijden van de redelijke termijn wordt door de belastingdienst aangemerkt als het afkopen van het pensioen op de uiterste ingangsdatum, tenzij de redelijke termijn wegens bijzondere omstandigheden door de belastinginspecteur wordt verlengd. De redelijke termijn geldt ook voor verlenging van een pensioen in de opbouwfase, mits verlenging fiscaal is toegestaan.


Vast pensioen

Een pensioengerechtigde met een premieovereenkomst of een kapitaalovereenkomst moet op de uiterste pensioendatum een vast pensioen (garantievorm) of een variabel pensioen (beleggingsvorm) aankopen. De hoogte van een vastgestelde pensioenuitkering is sterk afhankelijk van de omvang van het pensioenkapitaal en de marktrente op het moment dat het levenslange pensioen wordt aangekocht (conversiedatum). Een vastgestelde pensioenuitkering heeft als voordeel dat een hoge marktrente een hogere pensioenuitkering oplevert, maar heeft als nadeel dat een lage marktrente een lagere pensioenuitkering oplevert. De marktrente is inmiddels al een aantal jaren erg laag en veel pensioengerechtigden ontvangen hierdoor een lagere pensioenuitkering. Naast een lage marktrente leidt ook het toegenomen langlevenrisico tot een lagere pensioenuitkering. Pensioengerechtigden worden gemiddeld steeds ouder en het wordt voor pensioenuitvoerders steeds lastiger om de toekomstige levensverwachting te voorspellen.


Variabel pensioen

De Wet verbeterde premieregeling is op 1 september 2016 in werking getreden waardoor alle pensioengerechtigden met een premieovereenkomst of een kapitaalovereenkomst kunnen kiezen tussen een vast pensioen, een variabel pensioen of een combinatie van beide pensioenuitkeringen. Het variabel pensioen is bedoeld voor pensioengerechtigden die na de pensioendatum willen doorgaan met het beleggen van hun pensioenkapitaal in de hoop op een hogere pensioenuitkering ten opzichte van een vast pensioen. De hoogte van een variabele pensioenuitkering is sterk afhankelijk van het beleggingsrisico, het langlevenrisico en het sterfterisico. Deze risicofactoren resulteren in een variabele pensioenuitkering die ten opzichte van een vastgestelde pensioenuitkering zowel hoger als lager kan uitvallen. Als na het ingaan van de pensioenuitkeringen blijvend (levenslang) met het pensioenkapitaal wordt belegd kan dit bij een goed beleggingsrendement leiden tot het verhogen van de pensioenuitkeringen en bij een slecht beleggingsrendement tot het verlagen van de pensioenuitkeringen. Enige mate van inkomenszekerheid wordt van overheidswege wenselijk geacht en via wettelijke normen is het pensioengerechtigden niet toegestaan om onbeperkt risico te nemen in de uitkeringsfase. Beleggingsvrijheid voor een pensioen in de opbouwfase is toegestaan, maar voor een pensioen in de uitkeringsfase is sprake van een beperkte beleggingsvrijheid. Pensioenuitvoerders zijn altijd volledig verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid in de uitkeringsfase en moeten een beleggingsprofiel toepassen dat bij het risicoprofiel van de pensioengerechtigde past.


Ouderdomspensioen

Het pensioenkapitaal dat via een premieovereenkomst of een kapitaalovereenkomst op de pensioendatum gaat uitkeren, moet worden aangewend voor het aankopen van een fiscaal toegestaan ouderdomspensioen. Het is de bedoeling dat het pensioenkapitaal op de pensioendatum wordt omgezet in een levenslang ouderdomspensioen, maar het pensioen vervroegen of uitstellen is (onder voorwaarden) ook mogelijk. Het pensioen wordt vervroegd als de pensioenuitkeringen vóór de pensioendatum ingaan en het pensioen wordt uitgesteld als de pensioenuitkeringen na de pensioendatum ingaan. Naast een ouderdomspensioen is er meestal ook sprake van een partnerpensioen en wezenpensioen.


Partnerpensioen

Het partnerpensioen gaat onmiddellijk in na het overlijden van de werknemer of gewezen werknemer en bij uitstel onmiddellijk na beëindiging van een uitkering op grond van de Algemene Nabestaandenwet. Het partnerpensioen moet in beginsel direct na het overlijden van de (gewezen) werknemer gaan uitkeren aan de nabestaande en het uitkeren mag alleen worden uitgesteld zolang de nabestaande recht heeft op een uitkering uit hoofde van de Algemene Nabestaandenwet (ANW).


Ouderdomspensioen uitruilen

Het partnerpensioen bedraagt meestal 70% van het maximaal te bereiken ouderdomspensioen. Door uitruil van ouderdomspensioen voor extra partnerpensioen mag het partnerpensioen worden verhoogd tot maximaal 70 procent van het pensioengevend loon of het bereikbaar pensioengevend loon op de pensioendatum. Uitruil van pensioen kan plaatsvinden bij het voortijdig beëindigen van de deelneming of bij het ingaan van de pensioenuitkeringen.


Partnerpensioen uitruilen

Het uitruilen van partnerpensioen voor een hoger ouderdomspensioen, een eerder ingaand ouderdomspensioen of een hoger en een eerder ingaand ouderdomspensioen is wettelijk toegestaan indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

(1) Het partnerpensioen heeft uitruilbare waarde (niet op risicobasis);
(2) De partner moet instemmen met de uitruil van het partnerpensioen.


Pensioen vervroegen

Het deels of volledig vervroegen van de pensioenuitkeringen tot maximaal 5 jaar vóór de AOW-leeftijd is fiscaal toegestaan ongeacht of het arbeidsinkomen evenredig (en blijvend) zal afnemen bij het ingaan van de pensioenuitkeringen. Het deels of volledig vervroegen van de pensioenuitkeringen tot meer dan 5 jaar vóór de AOWleeftijd is fiscaal alleen toegestaan als het arbeidsinkomen evenredig (en blijvend) afneemt bij het ingaan van de pensioenuitkeringen. De fiscale eis dat het arbeidsinkomen evenredig moet afnemen heeft als reden dat bij een ouderdomspensioen sprake moet zijn van inkomensvervanging. De bedoeling van inkomensvervanging is dat het vervroegen van de pensioenuitkeringen onder gelijktijdige voortzetting van arbeid in beginsel niet verenigbaar is met de beoogde doelstelling van een pensioen. Vervroegd pensioen veronderstelt een einde van het arbeidsinkomen ongeacht of de inkomsten worden verdiend met een dienstbetrekking of als ondernemer. Bij een gedeeltelijk vervroegd pensioen dient de gedeeltelijke afname van het arbeidsinkomen overeen te komen met de gedeeltelijke toename van het vervroegd pensioen. De pensioenuitkeringen mogen alleen worden vervroegd als het pensioenreglement dit toelaat. Een pensioenuitvoerder moet vooraf toetsen of een werknemer aan de fiscale inkomenseis kan voldoen. Er is sprake van een fiscaal onzuiver pensioen als de pensioenuitkeringen eerder ingaan dan 5 jaar vóór de AOW-leeftijd terwijl het arbeidsinkomen niet evenredig afneemt. Bij een fiscaal onzuiver pensioen wordt op de vervroegde pensioendatum de volledige aanspraak progressief belast tegen maximaal 52% inkomstenbelasting plus maximaal 20% revisierente waardoor de totale belastingheffing kan oplopen tot 72%.


Pensioen uitstellen

Het uitstellen van pensioenuitkeringen is alleen toegestaan als het pensioenreglement dit toelaat en de pensioengerechtigde vóór de pensioendatum om uitstel heeft verzocht. Het pensioen kan niet onbeperkt worden uitgesteld omdat pensioenuitkeringen nooit later mogen ingaan dan de datum waarop de pensioengerechtigde de leeftijd bereikt die vijf jaar hoger is dan de AOW-leeftijd. Het nog langer uitstellen van het pensioen is fiscaal niet toegestaan omdat het pensioen dan wordt aangemerkt als een fiscaal onzuiver pensioen. Bij een fiscaal onzuiver pensioen wordt de volledige aanspraak progressief belast tegen maximaal 52% inkomstenbelasting plus maximaal 20% revisierente waardoor de totale belastingheffing kan oplopen tot 72%.


Doorwerkvereiste

Tot 1 januari 2017 was het uitstellen van de pensioenuitkeringen alleen toegestaan als de pensioengerechtigde na de pensioendatum bleef doorwerken in een dienstbetrekking of als ondernemer. Deze fiscale "doorwerkvereiste" is per 1 januari 2017 komen te vervallen.


Maximum pensioen

Het pensioen dat werknemers maximaal kunnen opbouwen via hun werkgever is fiscaal begrensd. Het pensioen wordt belastingvrij opgebouwd en werknemers betalen pas inkomstenbelasting over hun toekomstige pensioenuitkeringen. Tijdens de opbouwfase van het pensioen is sprake van belastinguitstel omdat pensioenpremies in mindering worden gebracht op het bruto loon. Belastinguitstel levert meestal een belastingvoordeel op en daarom zijn er fiscale grenzen met betrekking tot de maximum pensioenopbouw.


Maximum pensioenopbouw

In 2017 is de pensioenopbouw fiscaal begrensd tot een pensioengevend loon van maximaal € 103.317,= bruto per jaar en bij een deeltijd dienstbetrekking wordt het maximum bedrag op basis van de deeltijdfactor naar rato verlaagd. Bij premieovereenkomsten wordt het pensioen tijdsevenredig opgebouwd met een veronderstelde opbouwfase van 40 dienstjaren waarbij het ouderdomspensioen maximaal 75% bedraagt van het gemiddelde pensioengevend loon. Over het loon dat meer bedraagt dan het maximum pensioengevend loon van € 103.317,= bruto per jaar wordt geen bruto pensioen opgebouwd. Het is wel mogelijk om een netto pensioen op te bouwen over het loon dat meer bedraagt dan het maximum pensioengevend loon. De premie wordt betaald via het netto loon en niet (onbelast) via het bruto loon. Het netto pensioenkapitaal is volledig vrijgesteld van belastingheffing in box 3 van de inkomstenbelasting en de netto pensioenuitkeringen zijn volledig vrijgesteld van belastingheffing in box 1 van de inkomstenbelasting.

Met het pensioenkapitaal wordt op de pensioendatum een levenslang netto pensioen aangekocht en de hoogte van een vast pensioen is sterk afhankelijk van de rentestand op de pensioendatum. Het is ook mogelijk om een variabel pensioen aan te kopen met een netto pensioen. Werknemers zijn volledig vrij om zelf te kiezen bij welke pensioenuitvoerder het levenslange netto pensioen wordt aangekocht. Een netto pensioen is een collectieve werkgeversregeling maar een werknemer kan ook kiezen voor een individuele regeling in de vorm van een netto lijfrente. Een netto pensioen mag alleen uitkeren in de vorm van een levenslang pensioen, maar een netto lijfrente mag ook uitkeren in de vorm van een tijdelijke lijfrente. Het maximum pensioengevend loon leidt niet alleen tot een lager ouderdomspensioen maar ook tot een lager partnerpensioen. Het partnerpensioen kan alsnog aanvullend worden verzekerd via het netto pensioen of via een individuele overlijdensrisicoverzekering.


Maximum pensioenuitkering

Naast een fiscale grens voor een maximum pensioenopbouw is er ook een fiscale grens voor een maximum pensioenuitkering. Premieovereenkomsten zijn gebaseerd op een fiscaal beoogd ouderdomspensioen van maximaal 75% van het gemiddelde pensioengevend loon. Bij premieovereenkomsten wordt op de pensioendatum een pensioenkapitaal uitgekeerd waarmee een levenslang ouderdomspensioen moet worden aangekocht. De hoogte van het beschikbare pensioenkapitaal kan sterk afhankelijk zijn van het behaalde beleggingsresultaat waardoor het aan te kopen ouderdomspensioen zowel hoger als lager kan uitvallen. Tot 1 januari 2017 mocht het ouderdomspensioen nooit meer bedragen dan 100% van het laatstverdiende loon, maar deze fiscale "100%-grens" is per 1 januari 2017 komen te vervallen. Er zijn echter maar weinig werknemers met een premieovereenkomst die als gevolg van een zeer goed beleggingsresultaat een ouderdomspensioen ontvangen dat meer bedraagt dan 100% van het laatstverdiende loon.


Hoog-laag pensioen

Het is fiscaal toegestaan om in plaats van een gelijkblijvende pensioenuitkering te kiezen voor een hoog-laag pensioen. De meest gangbare variant is tijdelijk een hogere pensioenuitkering die vervolgens overgaat in levenslang een lagere pensioenuitkering. Het is ook toegestaan om eerst tijdelijk een lagere pensioenuitkering te ontvangen die vervolgens overgaat in levenslang een hogere pensioenuitkering.

Voor beide varianten geldt een wettelijke verhouding van 100:75 tussen de hoogste uitkering en de laagste uitkering en dat betekent dat de laagste uitkering minimaal 75% moet bedragen van de hoogste uitkering. Er bestaat geen maximum looptijd voor de hoge of lage pensioenuitkering, maar een hoog-laag pensioen is alleen mogelijk als een pensioenuitvoerder deze variant aanbiedt. Het hoog-laag pensioen wordt vóór de AOW-leeftijd hoofdzakelijk gebruikt als een compensatie voor de AOW-uitkering en na de AOW-leeftijd als een tijdelijke extra inkomensbehoefte.


Pensioen afkopen

Op grond van de Pensioenwet is het afkopen van een pensioen niet toegestaan tenzij de pensioenuitkering in 2017 minder bedraagt dan € 467,89 bruto per jaar. Deze afkoopgrens voor een klein pensioen geldt voor alle soorten pensioenen en heeft betrekking op de hoogte van de pensioenuitkering op de reguliere pensioendatum of ingangsdatum. Bij afkoop van een pensioen wordt de eenmalige afkoopsom progressief belast tegen maximaal 52% inkomstenbelasting. Het recht van afkoop is een eenzijdig recht van de pensioenuitvoerder vanwege de relatief hoge uitvoeringskosten bij een klein pensioen.

Het afkopen van een ouderdomspensioen is 2 jaar na beëindiging van de deelname aan een pensioenregeling toegestaan, tenzij het recht op afkoop in de pensioenvoorwaarden wordt uitgesloten of omdat de gewezen deelnemer binnen 2 jaar na beëindiging van zijn deelname aan de pensioenregeling een verzoek tot waardeoverdracht heeft ingediend. De pensioenuitvoerder moet binnen 6 maanden (na de wachttijd van 2 jaar) een besluit tot afkoop kenbaar maken en de afkoopsom uitbetalen aan de gewezen deelnemer. Het afkopen van een ouderdomspensioen na deze periode van 2 jaar en 6 maanden is alleen mogelijk na instemming van de gewezen deelnemer of de pensioengerechtigde.

Indien de periode tussen de beëindiging van de deelname aan een pensioenregeling en de reguliere ingangsdatum van het ouderdomspensioen minder dan 2 jaar bedraagt, heeft de pensioenuitvoerder toch het recht om het pensioen af te kopen op de ingangsdatum van het ouderdomspensioen. De pensioenuitvoerder moet binnen 6 maanden na ingang van het ouderdomspensioen een besluit tot afkoop kenbaar maken en de afkoopsom uitbetalen aan de gewezen deelnemer. Een afkoopsom van een klein pensioen wordt niet gekort op een AOW-partnertoeslag of ANW-uitkering.

Na het overlijden van een deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde is het afkopen van een partnerpensioen of wezenpensioen toegestaan, tenzij het recht op afkoop in de pensioenvoorwaarden wordt uitgesloten. De pensioenuitvoerder moet na de ingangsdatum binnen 6 maanden een besluit tot afkoop kenbaar maken en de afkoopsom uitbetalen aan de nabestaande. Het afkopen van een partnerpensioen of wezenpensioen na deze periode van 6 maanden is alleen mogelijk na instemming van de nabestaande.

Na de scheiding van een deelnemer, gewezen deelnemer of pensioengerechtigde is het afkopen van een bijzonder partnerpensioentoegestaan, tenzij het recht op afkoop in de pensioenvoorwaarden wordt uitgesloten. De pensioenuitvoerder moet binnen zes maanden na de melding van de scheiding een besluit tot afkoop kenbaar maken en de afkoopsom uitbetalen aan de ex-partner. Het afkopen van een bijzonder partnerpensioen na deze periode van 6 maanden is alleen mogelijk na instemming van de ex-partner.