Lijfrente.nl ☰ Menu


Het onderdeel "Overlijdensrisicoverzekering" bevat de volgende onderwerpen:




Overlijdensrisicoverzekering

De financiële reserves die met pensioensparen zijn opgebouwd, zijn voor de nabestaande meestal niet voldoende om het inkomen van de overleden partner te compenseren. Een nabestaande heeft mogelijk recht op een partnerpensioen van de overleden partner of een ANW-uitkering. De financiële verplichtingen blijven grotendeels doorlopen terwijl het gezinsinkomen daalt na het wegvallen van het inkomen van de overleden partner. Een overlijdensrisicoverzekering kan een daling van het gezinsinkomen opvangen. Overlijdensrisicoverzekeringen kunnen uitkeren in de vorm van een eenmalig bedrag of een periodiek bedrag.

Het afsluiten van een overlijdensrisicoverzekering is alleen mogelijk na acceptatie door een verzekeringsmaatschappij. Het medisch acceptatieproces vindt plaats aan de hand van een gezondheidsverklaring en (bij hogere bedragen) een medische keuring. Een verzekeringsmaatschappij kan een aanvraag voor een overlijdensrisicoverzekering afwijzen, accepteren of accepteren onder aanvullende voorwaarden zoals een hogere verzekeringspremie en/of het uitsluiten van dekking voor bepaalde oorzaken van overlijden.

Er zijn twee soorten overlijdensrisicoverzekeringen:


Kapitaalverzekering

Een kapitaalverzekering is een overlijdensrisicoverzekering die na het overlijden van de verzekerde een verzekerd bedrag uitkeert in de vorm van een eenmalig bedrag. Het is een tijdelijke overlijdensrisicoverzekering omdat de overlijdensverzekering alleen tot uitkering komt als de verzekerde vóór de einddatum komt te overlijden. Een overlijdensrisicoverzekering kan zowel op één leven als op twee levens worden afgesloten. Een overlijdensrisicoverzekering op één leven komt tot uitkering na het overlijden van de enige verzekerde en een overlijdensrisicoverzekering op twee levens komt tot uitkering als één van de twee verzekerden (als eerste) overlijdt.

Overlijdensrisicoverzekeringen zijn voornamelijk geschikt voor de volgende doeleinden:

  • Het aflossen van een hypotheek of lening na het overlijden van de schuldenaar.
  • Een nabestaandenvoorziening voor de levenspartner en de kinderen.
  • Het uitkopen van de erfgenamen van een overleden zakenpartner.

Overlijdensrisicoverzekeringen die een eenmalig bedrag uitkeren worden vaak afgesloten naast een hypothecaire lening, maar deze overlijdensverzekeringen kunnen ook worden gebruikt als extra inkomensvoorziening voor een nabestaande. Er zijn drie soorten kapitaalverzekeringen die een eenmalig bedrag uitkeren:

  • Gelijkblijvende overlijdensrisicoverzekering
  • Annuïtair dalende overlijdensrisicoverzekering
  • Lineair dalende overlijdensrisicoverzekering

Gelijkblijvende overlijdensrisicoverzekering: Het verzekerd bedrag blijft gedurende de looptijd gelijk en deze overlijdensverzekering is onder andere geschikt voor gelijkblijvende schulden zoals een aflossingsvrije hypotheek.

Annuïtair dalende overlijdensrisicoverzekering: Het verzekerd bedrag daalt annuïtair gedurende de looptijd en is onder andere geschikt als overlijdensverzekering naast een annuïteitenhypotheek. Het verzekerd bedrag daalt gelijk met de annuïtair dalende hypotheekschuld, mits het rentepercentage, de looptijd en de hoofdsom gelijk zijn.

Lineair dalende overlijdensrisicoverzekering: Het verzekerd bedrag daalt lineair gedurende de looptijd en is onder andere geschikt als overlijdensverzekering naast een lineaire hypotheek. Het verzekerd bedrag daalt gelijk met de lineair dalende hypotheekschuld, mits de looptijd en de hoofdsom gelijk zijn.


Erfrenteverzekering

Erfrenteverzekeringen betalen een periodieke uitkering aan de nabestaande(n) na het overlijden van de verzekerde. Een erfrenteverzekering is een overlijdensrisicoverzekering in de vorm van een periodieke uitkering en voorziet in een aanvullend inkomen voor levensonderhoud.

Een erfrenteverzekering kan op twee manieren uitkeren:

Netto uitkeringen: De verzekeringspremies zijn niet fiscaal aftrekbaar en over de periodieke uitkeringen is geen inkomstenbelasting verschuldigd. De periodieke uitkeringen mogen op de erfgenamen overgaan als de nabestaande voor de einddatum zelf komt te overlijden.

Bruto uitkeringen: De verzekeringspremies zijn als lijfrentepremie fiscaal aftrekbaar en over de periodieke uitkeringen is inkomstenbelasting verschuldigd. De periodieke uitkeringen mogen uitsluitend uitkeren in de vorm van een fiscaal toegestane nabestaandenlijfrente.

Het aanbod van individuele erfrenteverzekeringen is vrij beperkt in vergelijking met het aanbod van individuele kapitaalverzekeringen.


Inkomstenbelasting

Inkomstenbelasting box 1:

De premies voor een overlijdensrisicoverzekering zijn niet fiscaal aftrekbaar in box 1 van de inkomstenbelasting en de nabestaanden zijn geen inkomstenbelasting verschuldigd over een uitkering na overlijden.

Inkomstenbelasting box 3:

Voor overlijdensrisicoverzekeringen geldt in 2017 een extra vrijstelling in box 3 van de inkomstenbelasting van maximaal € 6.977,= per persoon, mits de fiscale waarde van de overlijdensrisicoverzekering niet meer bedraagt dan € 6.977,= per persoon en uitsluitend een overlijdensuitkering verstrekt aan de belastingplichtige, zijn partner of een bloed- of aanverwant. De extra vrijstelling in box 3 komt te vervallen als de fiscale waarde hoger is dan € 6.977,= per persoon. De overlijdensrisicoverzekering wordt in dat geval volledig aangemerkt als een vermogensbestanddeel in box 3 van de inkomstenbelasting. Levensverzekeringmaatschappijen dienen jaarlijks een opgave te verstrekken met de fiscale waarde van de overlijdensrisicoverzekering.


Erfbelasting

Een overlijdensuitkering uit een overlijdensrisicoverzekering is een verkrijging uit een overeenkomst van levensverzekering, maar wordt op grond van de Successiewet fiscaal gelijkgesteld met een verkrijging uit een erfenis voor zover de premiebetalingen van de overlijdensrisicoverzekering ten laste zijn gekomen van het vermogen van de erflater. De ontvanger is in beginsel erfbelasting verschuldigd over een overlijdensuitkering uit een overlijdensrisicoverzekering voor zover de premiebetalingen van de overlijdensrisicoverzekering ten laste zijn gekomen van het vermogen van de erflater. De premiebetalingen worden in dat geval gezien als een vorm van vermogensoverheveling via een overeenkomst van levensverzekering. Daarentegen is een overlijdensuitkering vrijgesteld van erfbelasting als de premiebetalingen niet ten laste komen van het vermogen van de erflater.

De relatie tussen erflater en begunstigde op het moment van overlijden bepaalt of een overlijdensuitkering uit een overlijdensrisicoverzekering is vrijgesteld van erfbelasting.

Huwelijk in gemeenschap van goederen:

De premies voor een overlijdensrisicoverzekering komen ten laste van het gemeenschappelijk vermogen en zijn gemeenschappelijke kosten van de huishouding. De ene helft van de overlijdensuitkering is vrijgesteld van erfbelasting en de andere helft niet. De erfbelasting kent diverse vrijstellingen zoals een partnervrijstelling van maximaal € 638.089,=. De partnervrijstelling wordt gekort met eventuele aanspraken uit hoofde van pensioen, lijfrente en stamrecht die als gevolg van het overlijden van de erflater aan de achterblijvende partner worden uitgekeerd, maar de aanspraken zelf zijn vrijgesteld van erfbelasting. Alle aanspraken worden op basis van een rekenformule in de Successiewet omgerekend naar een eenmalig bedrag en vervolgens wordt de partnervrijstelling met dit bedrag gekort, maar de partnervrijstelling wordt nooit lager dan € 164.842,=. Het deel van de overlijdensuitkering waarover in beginsel erfbelasting is verschuldigd kan toch binnen de partnervrijstelling blijven waardoor de achterblijvende partner geen erfbelasting is verschuldigd.

Geregistreerd partnerschap in gemeenschap van goederen:

Een geregistreerd partnerschap in gemeenschap van goederen is juridisch vrijwel gelijk aan een huwelijk in gemeenschap van goederen. Bovengenoemde toelichting over een overlijdensuitkering uit een overlijdensrisicoverzekering bij een huwelijk in gemeenschap van goederen geldt ook bij een geregistreerd partnerschap in gemeenschap van goederen.

Huwelijk onder huwelijkse voorwaarden:

Een overlijdensuitkering uit een overlijdensrisicoverzekering is bij een huwelijk onder huwelijkse voorwaarden vrijgesteld van erfbelasting, mits de premiebetalingen niet ten laste komen van het vermogen van de erflater en de verschuldigde premies geen gemeenschappelijke kosten van de huishouding zijn. De verschuldigde premies worden in beginsel niet aangemerkt als gemeenschappelijke kosten van de huishouding, tenzij in de huwelijkse voorwaarden is overeengekomen dat het wel gemeenschappelijke kosten zijn.

Geregistreerd partnerschap onder partnerschapvoorwaarden:

Een overlijdensuitkering uit een overlijdensrisicoverzekering is bij een geregistreerd partnerschap onder partnerschapvoorwaarden vrijgesteld van erfbelasting, mits de premiebetalingen niet ten laste komen van het vermogen van de erflater en de verschuldigde premies geen gemeenschappelijke kosten van de huishouding zijn. De verschuldigde premies worden in beginsel niet aangemerkt als gemeenschappelijke kosten van de huishouding, tenzij in de partnerschapvoorwaarden is overeengekomen dat het wel gemeenschappelijke kosten zijn.

Notarieel samenlevingscontract:

Een overlijdensuitkering uit een overlijdensrisicoverzekering is bij een notarieel samenlevingscontract vrijgesteld van erfbelasting, mits de premiebetalingen niet ten laste komen van het vermogen van de erflater en de verschuldigde premies geen gemeenschappelijke kosten van de huishouding zijn. De verschuldigde premies worden in beginsel niet aangemerkt als gemeenschappelijke kosten van de huishouding, tenzij in een notarieel samenlevingscontract is overeengekomen dat het wel gemeenschappelijke kosten zijn.