Lijfrente.nl ☰ Menu




Banksparen

Een lijfrente bij een bank of een beleggingsinstelling wordt meestal aangeduid als banksparen. In de opbouwfase zijn de fiscale aftrekbaarheid van premies voor een lijfrente en premies voor banksparen gelijk, maar in de uitkeringsfase zijn er wel belangrijke verschillen tussen een lijfrente bij een levensverzekeringmaatschappij en banksparen bij een bank of een beleggingsinstelling.

Banksparen voor pensioen is niet hetzelfde als pensioensparen via de werkgever en voor beide regelingen gelden aparte fiscale spelregels. Banksparen voor pensioen is een fiscale faciliteit in de inkomstenbelasting voor personen met een aantoonbaar pensioentekort. Pensioensparen via de werkgever is een fiscale faciliteit in de loonbelasting en deelname is alleen mogelijk voor werknemers in loondienst.

Banksparen voor pensioen wordt fiscaal aangemerkt als een (bancaire) nieuw regime lijfrente en de toekomstige uitkeringen moeten in de vorm van een fiscaal toegestane lijfrente aan de rekeninghouder uitkeren. Na het overlijden van de rekeninghouder moet het beschikbare saldo aan de erfgenamen uitkeren in de vorm van een fiscaal toegestane lijfrente. Bij pensioensparen via de werkgever moet het pensioen aan de werknemer uitkeren in de vorm van een levenslang ouderdomspensioen en na diens overlijden aan de nabestaande(n) in de vorm van een partnerpensioen of wezenpensioen.


Banksparen of lijfrente

Om een juiste keuze te kunnen maken tussen banksparen en lijfrente is het van belang om een goed overzicht te hebben van de verschillen tussen banksparen en lijfrente. De belangrijkste verschillen tussen banksparen en lijfrente hebben betrekking op:

  • Aanbieders
  • Begunstiging
  • Rendement
  • Uitkeringsvorm
  • Uitkering na overlijden
  • Financiële zekerheid

Aanbieders

Aanbieders van banksparen zijn banken en beleggingsinstellingen en aanbieders van een lijfrente zijn levensverzekeringmaatschappijen.


Begunstiging

De begunstigde bij banksparen is de rekeninghouder en de begunstigde bij een lijfrente is de verzekeringnemer.


Rendement

Bij banksparen is een gegarandeerd rendement gebaseerd op een vaste rentevergoeding over het aanwezige saldo en bij een lijfrente is sprake van een garantie over de hoogte van het eindkapitaal (opbouwfase) en de periodieke uitkeringen (uitkeringsfase).


Uitkeringsvorm

Bij banksparen zijn de periodieke uitkeringen altijd tijdelijk omdat een levenslange periodieke uitkering niet is toegestaan, maar bij een lijfrente is een levenslange periodieke uitkering wel toegestaan.


Uitkering na overlijden

Bij banksparen wordt na het overlijden van de rekeninghouder het saldo uitgekeerd aan de erfgenamen. Banksparen is in tegenstelling tot een lijfrente altijd gebaseerd op één leven. Na het overlijden van de rekeninghouder tijdens de opbouwfase zijn de erfgenamen verplicht om het beschikbare saldo te gebruiken voor een fiscaal toegestane nabestaandenlijfrente. Als de rekeninghouder tijdens de uitkeringsfase komt te overlijden worden de periodieke uitkeringen met de erfgenamen voortgezet tot de overeengekomen einddatum. Bij banksparen zijn de erfgenamen altijd inkomstenbelasting verschuldigd over alle ontvangen uitkeringen.

Een lijfrente mag na het overlijden van de verzekeringnemer uitkeren aan de begunstigden, mits sprake is van een overlijdensdekking. Als een lijfrente na het overlijden van de verzekeringnemer tot uitkering komt, dienen de nabestaanden inkomstenbelasting te betalen over de (periodieke) uitkeringen. Bij een lijfrente die alleen aan de verzekeringnemer uitkeert zolang hij leeft maar die na zijn overlijden niet uitkeert aan de nabestaanden, is het ook mogelijk om een aparte overlijdensrisicoverzekering af te sluiten naast de lijfrente. Over een uitkering van de aparte overlijdensrisicoverzekering is de ontvanger geen inkomstenbelasting verschuldigd maar wel erfbelasting. De uitkering is tevens vrijgesteld van erfbelasting als voor de premiebetaling van de overlijdensrisicoverzekering niets is onttrokken aan het vermogen van de erflater (overledene). Bij een huwelijk in gemeenschap van goederen of een geregistreerd partnerschap in gemeenschap van goederen is de uitkering in beginsel niet vrijgesteld van erfbelasting omdat sprake is van een gemeenschappelijk vermogen. Desondanks is het toch mogelijk dat de uitkering van een aparte overlijdensrisicoverzekering is vrijgesteld van erfbelasting, maar dan op grond van de partnervrijstelling in de erfbelasting.


Financiële zekerheid

Banksparen valt onder het depositogarantiestelsel en tegoeden van rekeninghouders zijn (onder voorwaarden) gegarandeerd tot een bedrag van maximaal € 100.000,= per rekeninghouder als een bank haar verplichtingen niet meer kan nakomen. Een lijfrente bij levensverzekeringmaatschappij valt niet onder het depositogarantiestelsel. Als een levensverzekeringmaatschappij in financiële nood komt treedt er een opvangregeling in werking waardoor de lopende levensverzekeringen (waaronder een lijfrente) worden ondergebracht bij een andere levensverzekeringmaatschappij.

Bovengenoemde verschillen hebben slechts betrekking op een deel van alle verschillen tussen een lijfrente en banksparen. Banksparen wordt fiscaal aangemerkt als een bancaire nieuw regime lijfrente en alle toekomstige uitkeringen moeten uitkeren in de vorm van een fiscaal toegestane lijfrente. Meer informatie over de verschillen tussen een lijfrente en banksparen vindt u bij het onderdeel nieuw regime lijfrente.